Rijexamen voor auto (Rijbewijs B)

Rijexamen voor auto

Tijdens het examen zal je aan een examinator moeten laten zien dat jij zelfstandig, verkeersveilig en milieubewust aan het verkeer kunt deelnemen. Je legt het examen af met de lesauto van de rijschool waarin je ook je lessen hebt gevolgd.

Het praktijkexamen voor de personenauto duurt 55 minuten. Hiervan is een kwartier beschikbaar voor een introductie en voor de toelichting op de uitslag achteraf. Er wordt dus maximaal 40 minuten daad werkelijk gereden.

Je mag zelf bepalen of ik, als instructeur, met het examen mee rijdt of niet. Wel ben ik bij het eindgesprek aanwezig, dan leer je des te meer van het examen.

Soms kan ik uiteindelijk niet mee omdat bijvoorbeeld een examinator in opleiding voorrang krijgt. De beslissing van het wel of niet meerijden van mij als instructeur wordt ter plaatse in goed overleg met de cursist bepaald.

In het examencentrum maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt. Na controle van je identiteitsbewijs en je theoriecertificaat overhandig je het gesloten formulier zelfreflectie. Op dat formulier heb je vóór het examen je sterke en minder sterke punten in het verkeer beoordeeld met een cijfer. Dit formulier wordt na de examenuitslag met je besproken.

Daarna volgt op de parkeerplaats een ogen test, waarbij je het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter. Vervolgens vraagt de examinator je een aantal voorbereidings- en controlehandelingen uit te voeren aan de auto.

Dan begint de rit. De examinator let onder meer op je beheersing van de auto, kijkgedrag, voorrang verlenen en het rekening houden met andere weggebruikers. Hij beoordeelt je op zeven examenonderdelen, zoals het in- en uitvoegen, het gedrag bij kruispunten en de bijzondere manoeuvres.

Vanaf 1 April 2008 kun je alleen nog het vernieuwde rijexamen doen. Tijdens het nieuwe praktijkexamen word je, nog meer dan nu, beoordeelt op je verkeersinzicht en of je zelfstandig kunt rijden. Daar zijn vijf nieuwe examen onderdelen voor ontwikkeld:
Zelfstandig route rijden: zonder aanwijzingen van de examinator rijd je een deel van het examen je eigen route. Dat zelfstandig rijden kan op verschillende manieren. Zo kan de examinator je vragen naar een bekend punt te rijden. Of je rijdt ergens heen met behulp van een navigatiesysteem. Ook kan de examinator je meerdere routeopdrachten tegelijk geven.

Zelfstandig een bijzondere manoeuvre uitvoeren: tijdens je examen voer je twee bijzondere manoeuvres uit. Zo kan de examinator je vragen om in een straat een veilige mogelijkheid te zoeken om te keren. Of om zo dicht mogelijk bij bv een supermarkt te parkeren. Jij bepaalt dan waar, wanneer en hoe.

Vragen over een verkeerssituatie: als zich tijdens de examenrit een bepaalde verkeerssituatie heeft voorgedaan, kan de examinator je vragen de auto even aan de kant te zetten. Je kunt dan enkele vragen krijgen om na te gaan hoe je de verkeerssituatie hebt aangepakt. Het betekent dus niet dat je een fout gemaakt hebt.

Zelfreflectie: thuis of tijdens de rijlessen vul je een vragenlijst in. De lijst geef je aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt jouw antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt deze met jou.

Milieubewust rijden: hier wordt gekeken of je volgens de principes van het nieuwe rijden milieubewust kan autorijden. Dit heeft betrekking op: voor, tijdens en na de rit.

In het vernieuwde rijexamen rijd je een gedeelte van het examen, zo’n tien tot vijftien minuten, zelfstandig naar een bepaalde bestemming. Dit kan zijn d.m.v. een clusteropdracht, rijden m.b.v. navigatie of naar een oriëntatiepunt. De examinator geeft aan welke vorm hij wil zien van je.

Als je vóór dit praktijkexamen tijdens de tussentijdse toets vrijstelling hebt verdiend voor de bijzondere manoeuvres, dan wordt dit onderdeel overgeslagen. (De vrijstelling geldt altijd alleen voor het eerstvolgende examen na je tussentijdse toets).
Je krijgt tijdens het examen alle gelegenheid te laten zien wat je kunt. Helemaal foutloos hoeft en kan ook niet,
het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is hoe je reageert op het overige verkeer en of je de situatie meester bent. Kortom, de examinator bekijkt of je voldoende in huis hebt om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.

Let op!!! Een ingreep betekend niet direct dat je gezakt bent, ondanks wat velen denken. Het kan best zijn dat je heel goed gereden hebt maar toch een ingreep hebt gehad in bijvoorbeeld een situatie waarin een andere bestuurder een overtreding maakte en hierdoor jou in gevaar bracht. De examinator zal altijd kijken naar de situatie en hoeverre iemand hierop kan zijn voorbereid.

Valkuil nummer “ nummer 1 “ is het kijkgedrag, en kijken, wil niet zeggen, of men echt wel ziet wat er om zich heen gebeurd !!!
Direct na afloop vertelt de examinator in het examencentrum de uitslag. Als je bent geslaagd, bespreekt de examinator het zelfreflectieformulier met je en wordt je Verklaring van rijvaardigheid en de Verklaring van geschiktheid geregistreerd in het Centraal Rijbewijzen Register. De gemeenten en het CBR kunnen dit register raadplegen om vast te stellen of je bent geslaagd voor het examen. De registratie van de Verklaring van rijvaardigheid is een half jaar geldig, de registratie van de Verklaring van geschiktheid een jaar.

Bij het gemeentehuis in je woonplaats kun je, tegen overlegging van een pasfoto, legitimatie en het vereiste geldbedrag, je rijbewijs aanvragen. Om bij de gemeente voor het rijbewijs in aanmerking te komen, moet je op het moment van aanvraag in Nederland wonen en in het jaar daarvóór minstens 185 dagen in Nederland hebben gewoond.

Wanneer je bent gezakt, licht de examinator toe welke onderdelen onvoldoende waren. Het uitslagformulier met deze punten kan je instructeur achteraf voor je uitdraaien. Het is verstandig deze punten te bespreken met je instructeur in verband met vervolglessen. Daarna bespreekt de examinator het formulier zelfreflectie met je. Wanneer jouw antwoorden op het zelfreflectieformulier verschillen van de bevindingen van de examinator, is het verstandig dit ook met je instructeur te bespreken.
Wanneer je voor de vierde keer binnen vijf jaar bent gezakt kom je in aanmerking voor een nader onderzoek. Je kunt dan opnieuw examen doen maar niet meer bij het CBR. Dit gebeurt dan bij het BNOR (bureau nader onderzoek rijvaardigheid). Je kunt niet eerder bij het BNOR terecht dan dat je 4 keer bij het CBR bent gezakt.

Voor kandidaten die last hebben van faalangst, bestaat een zo gehete faalangstexamen.